✍️ This article is collected from this book 📚
(All Credit To Go Real Hero The Author of this book)
🙏 Please buy this book hardcopy from anyway.
Book: Anna Karenina
Author: Lev Nikolaevica Tolstoi
Release Date: August 18, 2004
Language: Dutch.
Anna is the jewel of St. Petersburg society until she leaves her husband for the handsome and charming military officer, Count Vronsky. They fall in love, going beyond High Society’s acceptance of trivial adulterous dalliances. But when Vronsky’s love cools, Anna cannot bring herself to return to the husband she detests…
(Translated by Constance Garnett)
Book Excerpt
tic revolutionary hydra, but in the obstinacy of traditionalism clogging progress,” etc., etc. He read another article, too, a financial one, which alluded to Bentham and Mill, and dropped some innuendoes reflecting on the ministry. With his characteristic quickwittedness he caught the drift of each innuendo, divined whence it came, at whom and on what ground it was aimed, and that afforded him, as it always did, a certain satisfaction.
But today that satisfaction was embittered by Matrona Philimonovna’s advice and the unsatisfactory state of the household. He read, too, that Count Beist was rumored to have left for Wiesbaden, and that one need have no more gray hair, and of the sale of a light carriage, and of a young person seeking a situation; but these items of information did not give him, as usual, a quiet, ironical gratification. Having finished the paper, a second cup of coffee and a roll and butter, he got up, shaking the crumbs of the roll off his waistcoat; and, squaring his broad chest, he smiled.
I.
Gelukkige huisgezinnen zijn elkander gelijk; ieder ongelukkig gezin is
daarentegen op bizondere wijze ongelukkig. In het huis der Oblonsky’s liep alles
in de war. De huisvrouw was er achter gekomen, dat haar man op te
vertrouwelijken voet stond met de Fransche gouvernante, en daarom had zij hem
verklaard, niet langer met hem onder één dak te willen leven. Dit was voor drie
dagen voorgevallen en de daaruit ontstane wanverhouding drukte evenzeer de
echtgenooten zelf, als de andere familieleden en het dienstpersoneel. Alle
huisgenooten hadden een gevoel, alsof er in hun samenzijn niet meer de rechte
geest was, alsof de gasten, die toevallig in een herberg samentreffen, meer met
elkander verbonden waren dan zij.
De huisvrouw verliet haar kamer niet, mijnheer was sedert eenige dagen
afwezig, de kinderen liepen als vergeten en verlaten door het huis rond. De
Engelsche bonne was ‘t met de huishoudster oneens geworden en schreef aan een
vriendin om naar een andere betrekking voor haar om te zien. De kok had den
vorigen middag reeds huis en dienst verlaten, ook de onderkeukenmeid en
koetsier eischten hun loon.
Op den derden dag ontwaakte Stipan Arkadiewitsch Oblonsky—Stiwa, zooals
hij door zijn vrienden genoemd werd—op den gewonen tijd en wel ‘s morgens
om acht uur, doch niet in zijn slaapkamer, maar in zijn studeervertrek op een
marokijnlederen sofa. Hij keerde zijn welgedaan lichaam nog eens op de kussens
om, om nog weder in te sluimeren, omarmde het hoofdkussen en drukte zijn
wang daar stevig tegen aan, doch eensklaps richtte hij zich op, bleef overeind
zitten en opende de oogen.
“Ja, ja, hoe was het ook weer?” hij zocht zich een droom te herinneren. “Ja, hoe
was het toch? Juist! Alabin gaf een diner te Darmstadt, neen! niet te
Darmstadt…. Het was iets Amerikaansch. Ja, maar dan was Darmstadt in
Amerika. Ja, Alabin gaf een diner op glazen tafels, en die tafels zongen: Il mio
tesoro…. Neen, niet il mio tesoro … iets veel mooiers…. En daar waren kleine
kristallen flesschen, en daar waren vrouwen….”
De oogen van Stipan Arkadiewitsch glinsterden vroolijk en lachend mijmerde hij
verder.
“Ja, het was heerlijk, heerlijk mooi! O! daar was nog zooveel meer schoons,—
men kan zich dat wakend in het geheel niet meer voorstellen—dat is
onmogelijk!”
Daar hij juist een streep daglicht door de rolgordijnen zag schemeren, wipte hij
vlug zijn beenen van de sofa, tastte daarmede naar de geborduurde pantoffels,
een geschenk van zijn vrouw op zijn laatsten verjaardag, en strekte toen, zooals
hij negen jaar gewoon was, zonder zich op te richten, de hand naar de plaats uit,
waar in het slaapvertrek zijn chambercloak placht te hangen. Daar hij dien niet
vond, herinnerde hij zich, waarom hij niet in het slaapvertrek ontwaakt was. De
lach verdween van zijn gelaat, zijn voorhoofd rimpelde zich.
“Ach, ach!” zuchtte hij, terwijl de voorstelling van alle bizonderheden van de
bewuste scène met zijn vrouw bij hem het besef van de volslagen hopeloosheid
van zijn toestand en het drukkende bewustzijn zijner eigen schuld opwekte.
“Neen, zij zal het mij niet vergeven, zij kan niet vergeven! En het ergste is, dat
alles mijn schuld is! ‘t Is geheel en al mijn schuld en toch ben ik de schuldige
niet. Dat is het tragische er van!” dacht hij.
“Ach, ach!” steunde hij wanhopig en herinnerde zich die oogenbllkken van dat
tooneel, die voor hem het pijnlijkst waren. ‘t Onaangenaamste was dat hij, toen
hij vroolijk en vergenoegd uit den schouwburg te huis komend met een groote
peer voor zijn vrouw in de hand, deze niet in het salon aantrof en tot zijn
verwondering ook niet in het woonvertrek, maar in de slaapkamer, met het
ongelukkig, alles verradend briefje in de hand!
Zij, de altijd bekommerde en zorgvolle, de naar zijn opvatting oppervlakkige
Dolly, zat daar onbeweeglijk met den brief in de hand en zag tot hem op met een
uitdrukking vol ontzetting en vertwijfeling, maar waarin toch nog de hoop
doorschemerde, dat hij alles zou kunnen loochenen.
“Wat is dit? Wat is dit?” vroeg zij en wees op het briefje. En zooals het dikwijls.
বইপাও থেকে আপনি আর কি কি কন্টেন্ট পেতে চান?